icon
Commodities fiches

Uranium (vernieuwd dossier)

printPrint

Uranium wordt geassocieerd met het kerntijdperk, dat op oorverdovende, verblindende en verwoestende wijze inzette in het jaar 1945. Nochtans werd uraniumerts al sinds de oudheid gebruikt om glas mooi oranjegeel te kleuren.  Niemand besefte dat het ging om een apart chemisch element. Tot in jaar 1789 de Duitse scheikundige Martin Klaproth uit het mineraal pekblende, tot dan toe enkel gebruikt door de glasindustrie, een nieuw element isoleerde, dat hij uranium noemde naar Uranus, de zevende planeet in ons zonnestelsel.

Eigenlijk had Klaproth niet het metaal uranium geïsoleerd, maar wel een oxide ervan. Het duurde tot 1841 voordat de Franse scheikundige Eugène-Melchior Péligot erin slaagde zuiver uraniummetaal te bereiden. De belangstelling voor uranium nam hand over hand toe en men gebruikte het voor allerlei doeleinden, zoals pigment voor ceramiek of verf of om foto’s om te kleuren.

Het moest nog duren tot het jaar 1896 totdat (alweer een Fransman) Antoine Henri Becquerel enkele klompjes van een uraniumzout achteloos en toch nogal slordig neerlegde op een onbelichte fotografische plaat. Nu komt er een voorbeeld van serendipiteit. Om de ene of andere onverklaarbare reden besloot Becquerel die plaat te ontwikkelen en wat bleek? De plekken waar het uraniumzout had gelegen, waren grijs afgetekend. Een foto zonder dat er licht aan te pas kwam! Dan sloeg de serendipiteit toe, want Becquerel ontdekte iets, waar hij niet naar zocht. Hij concludeerde dat het uraniumzout een soort voor het menselijk oog onzichtbaar ‘licht’ uitstraalde. Becquerel herinnerde zich uit zijn schooltijd het Latijnse woord voor stralen, ‘radiare’, en hij noemde hetgeen vanuit het uraniumzout naar de plaat ging ‘radiations’ en de drijvende kracht erachter ‘radioactivité’. Zo gaat dat. Radioactiviteit was ontdekt. Zeven jaar later, in 1903, kreeg hij de beloning voor zijn ontdekking in de vorm van de Nobelprijs voor de Fysica, die hij deelde met Maria Curie die ondertussen al een paar andere radioactieve elementen had ontdekt.   

alt
 

Uranium is radioactief, onder afgifte van straling verandert het trapsgewijs van het ene in in andere element en uiteindelijk heb je lood over. Dat proces kan traag gaan, maar ook enorm snel, zo tussen de 4,5 miljard jaar en enkele microseconden.

Natuurlijk uranium bestaat voornamelijk uit twee zg. isotopen: 99,3% U-238 en 0,7% U-235 met een radioactieve vervaltijd van resp. 4,47 miljard en 704 miljoen jaar. Haast is er niet bij. Toch is U-235 voldoende actief om het te gebruiken in kernreactoren en –wapens.
Wanneer men het heeft over ‘verrijken’ van uranium, dan bedoelt men door middel van een hele chemische en fysische poespas het gehalte U-235 te verhogen tot
een nuttige 2 à 3%.

Als je iets verrijkt, blijft er iets anders verarmd over. Zo is het bijproduct van de uraniumverrijking ‘verarmd’ of ‘depleted’ uranium, dat veel minder dan de oorspronkelijke 0,3% U-235 bevat. Voor kernreacties is het niet meer geschikt, maar het is toch bruikbaar voor andere doeleinden. Verarmd uranium vindt of vond (naar we hopen) zijn weg naar  de burgerluchtvaart als tegengewicht in vliegtuigen of om lood te vervangen als afscherming tegen radiocatieve straling. Maar de voornaamste toepassing van ervan is militair. Omdat het zo hard en zwaar is (zie technische fiche) dient het voor bepantsering van tanks en voor het aanmaken van extra penetrerende munitie. Dit gebruik wordt bekritiseerd omwille van de radioactiviteit en de giftigheid van het uraniumstof dat vrijkomt wanneer de munitie doel treft.

alt 


Tot de 1960’er jaren gebeurde de ontginning van uranium door simpelweg afgraven van ertslagen. Daarna komt uranium uit mijnbouw. Dit werk is nooit zonder risico wegens het het stof (welsiwaar licht radioactief, maar toch) dat kan worden ingeademd en ook omdat samen met uranium altijd het radioactieve gas radon voorkomt, dat sowieso gemakkelijk in de longen terecht kan komen. 

Bovenstaande tabel toont de wereldproductie voor het jaar 2008, die 51.611 ton bedroeg, uitgedrukt als uraniumoxide U3O8. De reden waarom men het niet heeft over het metaal (U) is dat in kerncentrales uranium altijs als oxide wordt gebruikt. Trouwens, zoveel verschil is dat niet, want 1,179 kilo oxide U3O8 bevat 1 kilo metaal U. Vijf landen (Canada, Kazakhstan, Australië, Namibië en Rusland) waren goed voor ca 77% van de wereldproductie.

Voor de ganse wereld is de bewezen voorraad (cijfers 2007) uranium metaal 5,47 miljoen ton. Bijna een kwart (23%) hiervan bevindt zich in Australië. Aan het productietempo van 2008 is er nog voor iets meer dan 105 jaar uranium voorradig.

Maar omdat er terug nieuwe kerncentrales gepland zijn, zeker in het licht van de inspanningen die China en India op dit vlak leveren, verwacht men vanaf 2020 een gevoelig stijgend verbruik. Het is niet uit te sluiten dat de natuurlijke uraniumreserves iets na de helft van deze eeuw uitgeput zijn.

Er kan wel wat verwacht worden van het ontmantelen van kernwapens en –duikboten, maar dat zal de situatie op langere termijn niet redden. Ook kan uitgewerkte splijtstof uit centrales gerecycleerd worden in speciale kweekreactoren, maar dat geeft tot op heden milieupolitieke problemen.

De voornaamste ondernemingen die  uranium produceren vindt u in onderstaande tabel: 

alt

alt 

 

De uraniumprijs heeft de afgelopen drie jaar gepiekt bij ca 220 euro/kg om dan langzaam af te kalven naar een prijskanaal tussen 60 en 80 euro/kg.

Wegens de strategische waarde van uranium kan er niet rechtstreeks in belegd worden. Enkel via aandelen van uraniumproducenten kan op deze markt worden ingespeeld.


In het Commodity Dossier op deze website kunt u o.a. prijsinfo over uranium vinden.

Alleen geregistreerde gebruikers mogen commentaar plaatsen!
icon

Reacties op dit artikel

!joomlacomment 4.0 Copyright (C) 2009 Compojoom.com . All rights reserved."