Olie in de vuurlinie: dit bepaalt de Europese beurzen dinsdag
Terwijl Wall Street vandaag dicht bleef voor Labor Day, gebeurde het belangrijkste nieuws voor morgen niet op een beursvloer maar op zee. Het Amerikaanse leger viel afgelopen zaterdag 3 Iraanse olietankers aan, als vergelding voor raketaanvallen op Amerikaanse marineschepen. De Iraanse Revolutionaire Garde sloeg op zijn beurt terug met eigen aanvallen op tankers, en Iran kondigde een nieuwe, beperkte maritieme zone in de regio aan.
Dat duwt de olieprijs omhoog. Brent steeg vandaag ruim 1% naar boven de $97, met pieken richting de $98 eerder op de dag. WTI volgde de beweging. De Straat van Hormuz is goed voor ongeveer een kwart van alle olie die wereldwijd over zee wordt vervoerd, en een escalatie in die regio is precies het soort nieuws waar de oliemarkt scherp op reageert.
Voor de Europese beurzen is dat morgen relevant op 2 manieren: hogere energiekosten raken de winstgevendheid van energie-intensieve sectoren, en een duurdere olieprijs houdt de inflatiediscussie warm, precies op de dag dat het Centraal Bureau voor de Statistiek de definitieve inflatiecijfers over augustus publiceert. Bij de snelle raming kwam die uit op 3,3%, tegen 3,2% in juli. Bevestigt CBS die stijging, dan is dat een datapunt waar de markt niet zomaar aan voorbijgaat.
Verder op de agenda: de Duitse handelsbalans over juli in de ochtend, en 's nachts al de Chinese handelscijfers over augustus, die vaak de toon zetten voor de opening in Azië en daarmee ook voor Europa. Wall Street gaat morgen weer open na het lange weekend, en woensdag volgt dan het iPhone 18-evenement van Apple, waar wij vandaag al bij stilstonden.
