De inflatie zit niet in uw boodschappenkar, maar in de meterkast
Morgen publiceert het Centraal Bureau voor de Statistiek de definitieve inflatiecijfers over augustus. Bij de snelle raming kwam de inflatie uit op 3,3%, tegen 3,2% in juli. Een kleine stijging, maar het interessante zit niet in dat ene tiende procentpunt. Het zit in de vraag waar die inflatie vandaan komt.
Want onder de motorkap loopt het ver uiteen. Energie, inclusief motorbrandstoffen, was in augustus 11,7% duurder dan een jaar eerder, tegen 9,7% in juli. Voeding, dranken en tabak gingen juist de andere kant op: die waren 0,5% goedkoper dan vorig jaar. Diensten koelden licht af naar 3,7%, van 4,0% in juli. De optelsom van 3,3% verbergt dus 2 bewegingen die precies tegengesteld zijn.
Voor de gemiddelde huishoudportemonnee betekent dat iets anders dan het krantenkopje suggereert. Wie vooral op de boodschappen let, ziet nauwelijks inflatie. Wie de energierekening openslaat, ziet iets heel anders. Hetzelfde cijfer, 2 totaal verschillende ervaringen.
En die energiecomponent staat er niet gunstig bij. Brent klom vandaag tot boven de $97 na de hervatte aanvallen rond de Straat van Hormuz. Zolang de olieprijs op dit niveau blijft hangen, is een snelle afkoeling van de energieprijzen wat ons betreft niet het meest waarschijnlijke scenario, al werken olieprijzen met vertraging door in wat de consument uiteindelijk betaalt.
Morgen weten we of het definitieve cijfer de snelle raming bevestigt. Let daarbij minder op de 3,3% zelf en meer op de verhouding eronder.
