...

Henry Ford, controversiële pionier

16 juni 2008, 21:54 | US Markets Redactie | (0)

We belicht­en een merk­waardi­ge figu­ur, een pio­nier die een auto-imperi­um uit de grond heeft gestampt. Maar er waren ook vreemde trek­jes in het karak­ter van deze man.

Hen­ry Ford, con­tro­ver­siële pionier


Eén van de indus­triëlen die hun stem­pel hebben gezet op onze samen­lev­ing is ongetwi­jfeld Hen­ry Ford, lat­er aange­duid als Hen­ry Ford I omdat hij de stichter is van een ware Ford-dynastie. 

Het is een figu­ur die qua men­tal­iteit deels tot de 19de en deels tot de 20ste eeuw beho­orde. Deze Amerikaan met langs moed­er­sz­i­jde Bel­gis­che roots is geboren in 1863 in de staat Michi­gan in het noor­doost­en van de VS, vlak tegen de Canadese grens. Hij zag het lev­enslicht in 1863, mid­den in de Amerikaanse Burg­eroor­log (1861−1865). De eerste auto met ver­brand­ingsmo­tor, uit­gevon­den door de Frans­man Lenoir, was toen net één jaar oud. 
Hen­ry Ford I stierf in 1947 in zijn staat Michigan. 


Zijn jeugd bracht hij samen met zijn 5 broers en zussen door op de fam­i­lieboerder­ij, gerund door zijn vad­er William en zijn moed­er Mary. Al heel vroeg had belang­stelling voor mechaniek en toen hij 12 was, had hij een eigen werk­plaats waar hij zich toelegde op het bouwen van stoommachines. 

In 1888 huwde hij met Car­la Bryant, die hem een zoon schonk, Edsel Bryant Ford. Hij was 28 toen hij begon te werken bij de Edi­son Illu­mi­nat­ing Com­pa­ny waar hij twee jaar lat­er werd bevorderd tot hoofdmecanicien. 

Hier­boven zien we Hen­ry Ford in 1896 fier aan de stu­urstang van zijn eerste auto, die hij Quadri­cy­cle noemde. Het was een houten frame met fietswie­len, aange­dreven door een sput­terend en knal­lend benzinemotortje. 

In 1899 besloot hij zich geheel op de auto­con­struc­tie te gaan toe­leggen. Hij nam ontslag en richtte een eigen bedri­jf­je onder de naam Detroit Auto­mo­bile Com­pa­ny. Lat­er zou Detroit uit­groeien tot de belan­grijk­ste stad in de staat Michi­gan en een sym­bool wor­den voor de auto-indus­trie. Maar zover was het in 1899 nog lang niet. Hen­ry Fords eerste stap­pen als auto­bouw­er sput­ter­den al even hard als zijn motoren. Het duurde nog geen jaar of zijn fir­ma ging fail­li­et. Niet getreurd, zei hij en zo kwam de Hen­ry Ford Com­pa­ny tot stand. Die was ook geen lang lev­en beschoren, amper drie maanden.

Ford nam zijn tijd om wat na te denken, maar opgeven deed hij niet. In 1903 had hij investeerders rond zich verza­meld en samen richt­ten ze de Ford Motor Com­pa­ny op. 

Als werk­plaats had men een oude kar­ren­fab­riek in Detroit op de kop kun­nen tikken. Een 10-tal arbei­ders kon­den per jaar enkele auto’s pro­duc­eren zoals de hier­boven afge­beeld Ford A. Maar de verkoop begon te vlot­ten, want Henry’s denkw­erk had vrucht­en afge­wor­den. Hij ging uit van het principe, dat auto’s voor een zo breed mogelijk pub­liek geschikt moesten zijn. Dit was een rev­o­lu­tion­aire gedachte­gang in een tijd, dat auto’s wer­den beschouwd als duur speel­go­ed voor een elite.

Het bedri­jf bleef groeien en in 1906 was Ford mark­tlei­der in de VS. In 1908 lanceerde Ford wellicht de meest suc­cesvolle auto van alle tij­den, de Ford T. Dit wagen­t­je werd gebouwd in een assem­blageli­jn, een ware primeur. De leg­ende wil, dat Hen­ry Ford ooit een bezoek had gebracht aan een grote slach­ter­ij en zo gezien had, dat velen slechts een deel van het pro­duc­tiepro­ces uitvo­eren. Of dit nu waar is of niet, feit is en bli­jft dat hij enorm suc­ces sco­orde met zijn nieuwe meth­ode die prompt door de ganse indus­triële wereld in vele vari­anten werd geïmi­teerd. Van de Ford T wer­den tussen 1908 en 1927 meer dan 
15 miljoen exem­plaren gepro­duceerd en men zag deze wagen zowat over­al op de pla­neet rondsnorren. 

De rest van de geschiede­nis is gek­end. Het bedri­jf, hoewel het de laat­ste jaren van zijn pluimen ver­loren heeft, bestaat nog alti­jd en heeft een plaats in de kop­groep van groot­ste auto­con­struc­teurs ter wereld. 

In 1919 kocht­en Hen­ry en zijn zoon Edsel alle min­der­hei­d­saan­de­len op en wer­den zo de eige­naars van de fir­ma. Ook in 1919 gaf Hen­ry aan Edsel de lei­d­ing van het bedri­jf in han­den. Toen deze laat­ste in 1943 stierf, werd vad­er Hen­ry weer pres­i­dent tot 1945. 
Dan was het de beurt aan zijn klein­zoon Hen­ry Ford II. En zo kwam de Ford-dynas­tie tot stand. Nochtans is de huidi­ge CEO van Ford Motor Com­pa­ny (Alan Mulal­ly) geen lid van de Ford-fam­i­lie meer, maar de voorzit­ter van het direc­tiecomité is wel William Clay Ford Jr, afs­tam­mel­ing van. 

Maar lat­en we ons even con­cen­tr­eren op Hen­ry Ford zelf. We haalden al aan, dat hij even­zeer tot de 19de als tot de 20ste eeuw beho­orde. Zo was hij pater­nal­is­tisch, duldde geen tegen­spraak en ful­m­i­neerde hij tegen alles wat aan vak­bon­den deed denken. 

Anderz­i­jds betaalde hij 5 dol­lar per dag in een indus­trie waar 11 dol­lar per week de norm was. Omdat zijn arbei­ders hun werk staande moesten uitvo­eren, mocht­en klerken, boekhoud­ers, cor­re­spon­den­ten enz. niet beschikken over een stoel. Hun ​‘bureau’ was een schuine plank waar­voor ze de hele dag moesten rechtstaan. 

Hij is berucht voor de anek­dote, waar­bij hij gevraagd werd of de Fordt T in ver­schil­lende kleuren kon wor­den geleverd. ​‘Geen prob­leem’, moet hij hebben gezegd, ​‘alle kleuren zijn OK, zolang het maar zwart is’.

20ste-eeuws is dan weer zijn voorkeur om de activiteit­en in het bedri­jf geregeld te lat­en keuren en analy­seren om de effi­ciën­tie op te dri­jven. Een anek­dote: op zekere dag komt zulke bedri­jf­sanal­ist bij Hen­ry Ford ver­slag uit­bren­gen. ​‘Alles pri­ma in orde,’ is de eind­con­clusie. ​‘Iedereen is vli­jtig aan het werk, behalve… ​‘Behalve wat?’ wil Ford weten. ​‘Wel, behalve één man die de hele dag achter zijn krant sigaren zit te roken aan zijn bureau.’ ​‘Klopt,’ zegt Ford, ​‘die man ben ik’.

Een andere tegen­stelling van Hen­ry Ford was zijn houd­ing tegen­over de oor­log. Tot tweemaal toe, zow­el in Werel­door­log I als II, heeft hij zijn pro­duc­tiepro­ces aangepast om leg­ervo­er­tu­igen te fab­riceren. Tegelijk­er­ti­jd was hij een epis­co­pale Chris­ten, sterk gekeerd tegen oor­log. Oor­log beschouwde hij als een onpro­duc­tief ver­lies van tijd, die beter had­den kun­nen wor­den gebruikt. Bijvoor­beeld om zak­en te pro­duc­eren die de con­sump­tie o gang houden. 

In 1915, toen de loop­gravenoor­log aan het West-Vlaamse Ijz­er­front volop woed­de, vergezelde Ford een epis­co­pale missie met de bedoel­ing de stri­j­dende par­ti­jen met elka­ar te ver­zoe­nen. De missie ger­aak­te niet verder dan de neu­trale lan­den Ned­er­land en Zwe­den en het hele opzet werd weggelachen door de leg­erlei­din­gen en de politiekers.

Een eerder donker kan­t­je aan Hen­ry Ford is zijn ver­meende anti­semitisme. Van 1918 tot 1926 spon­sor­de hij een week­blad The Dear­born Inde­pen­dent dat bol­stond van anti­semi­tis­che artikels. Het was een poli­tiek rechts­gezind blad, niet alleen gericht tegen de Joden, maar ook tegen immi­granten, social­is­ten en alco­hol. Lat­er gaf Ford toe dat hij een fout had gemaakt. Zijn pub­lieke­lijke excus­es wer­den goed geac­cepteerd door de Joodse gemeenschap. 

Toch bleef de foute poli­tiek hem achter­vol­gen. In 1938, Ford was toen 75 jaar, ontv­ing hij van een Duitse con­sul het Grote Kruis van de Duitse Arend, de hoog­ste medaille die Nazi-Duit­s­land kon toeken­nen aan een niet-Duitser. De reden was, dat Hitler bewon­der­ing had voor Fords ideeën om via mas­s­apro­duc­tie wagens ter beschikking te stellen van iedereen. Het con­cept van de Volk­swa­gen kev­er is trouwens gestoeld op de Ford T.

Medaille of niet, gedurende de Tweede Werel­door­log draaiden de Ford­fab­rieken op volle toeren om vracht­wa­gens, vlieg­tu­igen en veel meer te pro­duc­eren voor de Geallieerden.

Ford was worka­holic, dieet­ma­ni­ak, langeaf­s­tand­lop­er, volks­danser, verza­me­laar van Amerikaanse antiek, filantroop en een (nu en dan flauwe) grap­pen­mak­er. Hij voerde een mis­luk­te cam­pagne om sen­a­tor te wor­den en had (nooit uit­gevo­erde) plan­nen als pres­i­dentskan­di­daat. Hij zette zijn directeurs tegen elka­ar op en vond dat nog leuk ook. Hoewel hijzelf graag en sigaar opstak, was roken strikt ver­bo­den in al zijn fabrieken.

Zo kun­nen we nog een tijd­je door­gaan over deze merk­waardi­ge figu­ur die zijn fam­i­lien­aam voor alti­jd ver­bon­den heeft met het begrip ​‘auto’. Maar ook in de lit­er­atu­ur duikt zijn naam op. In Aldous Huxley’s onvergelijk­bare roman Brave New World lezen we, dat tij­dens bepaalde plechtighe­den mensen ​‘het teken van T’ mak­en en dat som­mige uit­sprak­en gebeuren ​‘In Fords naam’.

Miss­chien dat het huidi­ge man­age­ment van Ford ook nu en dan ​‘het teken van T’ moet mak­en bij de vraag hoe het ​‘In Fords naam’ zover is kun­nen komen met al die concurrentie.

Jan Van Besauw 
Pub­li­cist voor US Markets

Onder­getek­ende is een gepen­sioneerde mar­ket­ing man­ag­er. Hij schri­jft voor US Mar­kets o.m. columns, nieuws­bericht­en en artikels over uiteen­lopende onderwerpen.


Reageren

Anonieme comments achterlaten is niet toegestaan. Hiervoor moet u ingelogd zijn. Login »
Turbo’s zijn complexe instrumenten en brengen vanwege het hefboomeffect een hoog risico mee van snel oplopende verliezen. 7 op de 10 retailbeleggers verliest geld met de handel in turbo’s. Het is belangrijk dat u goed begrijpt hoe turbo’s werken en dat u nagaat of u zich het hoge risico op verlies kunt permitteren.