USMarkets.nlMaandag 17 augustus 2026 - Door Trader Guy
De ETF-machine: het gevaar van de automaat
Dagelijkse marktanalyse · Beurs · Koersen · Signalen
De grootste koper op de beurs kijkt nergens naar. Hij koopt elke maand, ongeacht de prijs. Dat heeft ons een prachtige bullmarkt opgeleverd. Het levert ons zo ook het grootste structurele risico van dit moment op want het aantal kopers groeit logaritmisch. Even een onderzoek naar wat er kan gebeuren als de automaat plots een pas op de plaats maakt of uitgaat.

Er is 1 koper op de markt die nooit twijfelt, geen kwartaalcijfers leest, kijkt niet naar een grafiek, heeft geen mening heeft over de waardering van Nvidia en gaat nooit op vakantie. Die koper is de "automatische maandelijkse inleg". En hij heeft tot en met juni 2026 precies 85 maanden op rij netto gekocht. Bijna 7 jaar zonder 1 maand netto uitstroom, dwars door renteschokken, verkiezingen en door een oorlog in Oekraïne en het Midden-Oosten heen.

Dat klinkt als een zegen, en dat is het ook geweest. Maar ik kijk er met mijn ervaring toch iets anders naar. Wat mij bezighoudt is niet de vraag of dit werkt. Het werkt door de tijd heen zelfs schitterend. De enige vraag waar ik mee zit is wat er gebeurt op de dag dat het stopt met werken. Want een markt die grotendeels omhoog is geduwd door een koper zonder mening, is een markt die straks ineenstort zodra die koper er niet meer is. Of in het slechtste geval als die koper begint te verkopen. Zolang die formule zich doorzet en het vertrouwen blijft, zal er niet veel gebeuren. Maar wat als er plots geld nodig zal zijn en er massaal geld worden ontrokken uit die ETF's?

Even kijken hoe groot die koper is geworden?

De cijfers zijn nauwelijks te bevatten. Het wereldwijde ETF-vermogen stond eind juni 2026 op $23.090 miljard, tegen $19.840 miljard eind 2025. Een stijging van ruim 16% in 6 maanden tijd. De netto instroom in het 1e halfjaar bedroeg $1.330 miljard, het hoogste bedrag ooit gemeten over zo'n periode. State Street rekent op ongeveer $2.300 miljard over heel 2026.

Die 2 cijfers moet je wel uit elkaar houden, want ze tellen niet zomaar op. Van de $3.250 miljard groei sinds de jaarwisseling komt $1.330 miljard uit nieuw geld en de resterende circa $1.920 miljard uit koerswinst op wat er al in zat, plus valuta-effecten omdat alles in dollars wordt gemeten. Ontwikkelde markten buiten de Verenigde Staten stonden eind juni 14,3% hoger tegenover 10,2% voor de S&P 500, en dat buitenlandse vermogen wordt omgerekend naar dollars. Ruwweg 41% van de groei is dus echt nieuwe inleg en 59% is waardestijging. Onthou die verhouding, want in de volgende paragraaf blijkt dat het geen 2 losse dingen zijn: die instroom is voor een flink deel zelf de oorzaak van die koerswinst.

Netto instroom in ETF's wereldwijd, 1e halfjaar
Klik op de grafiek voor een groter formaat

In de Verenigde Staten is de kanteling inmiddels compleet. Volgens het ICI zat er in mei 2026 $21.820 miljard in indexfondsen en ETF's tegenover $18.750 miljard in actief beheerde fondsen. Dat is een verhouding van 53,8% tegen 46,2%. Kijk je alleen naar Amerikaanse aandelenfondsen, dan loopt het passieve aandeel op tot 63,9%.

Passief tegenover actief in de Verenigde Staten, mei 2026
Klik op de grafiek voor een groter formaat

En het zit in weinig handen. Volgens ETFGI hadden iShares ($6.060 miljard), Vanguard ($4.690 miljard) en State Street ($2.160 miljard) in april 2026 samen 59% van al het ETF-vermogen ter wereld. De overige 1.001 aanbieders verdelen de rest, elk met minder dan 5% marktaandeel. Diezelfde 3 partijen zijn samen de grootste aandeelhouder van bijna 90% van de bedrijven in de S&P 500.

Waarom de instroom zelf de koers maakt

Hier zit de kern van het verhaal, en het is een punt dat veel beleggers nog steeds niet doorhebben. De klassieke theorie zegt dat een koers de contante waarde is van toekomstige winsten, en dat geld dat de markt in stroomt daar weinig aan verandert. Xavier Gabaix en Ralph Koijen hebben dat in hun werk over de inelastic markets hypothesis onderuit gehaald. Hun uitkomst: elke $1 die netto de aandelenmarkt in gaat, verhoogt de totale marktwaarde met ongeveer $5. De schattingen lopen van 4,73 tot 5,85, met een mediaan rond de 5.

De reden is simpel. De marginale koper heeft geen mening, hij heeft een mandaat. Een indexfonds dat €100 binnenkrijgt, moet voor €100 kopen. Vandaag. Tegen elke prijs. De vraag is niet of Nvidia duur is, de vraag is wat de weging is. Mike Green verwoordt het scherp: passieve fondsen zijn geen passieve bezitters, het zijn systematische handelsalgoritmes met 1 beslisregel.

En die multiplier werkt beide kanten op. Dat is de zin waar dit hele artikel om draait. Als $1 erin ongeveer $5 aan waarde creëert, dan haalt $1 eruit ook ongeveer $5 aan waarde weg. De machine die de markt heeft opgetild is precies dezelfde machine die hem naar beneden kan trekken.

De concentratie maakt het erger

Een indexfonds heet gespreid. Dat woord klopt niet meer. Begin juni 2026 vertegenwoordigden de 7 grootste aandelen 35% van de marktwaarde van de S&P 500, de hoogste concentratie in de geschiedenis van de index. Ter vergelijking: het gemiddelde van de 7 grootste namen sinds 1957 ligt rond de 17%, en het vorige record lag op ongeveer 26%, bereikt in 1980 en opnieuw op de top van de dotcombubbel in maart 2000. Eind juli 2026 was het teruggelopen naar ongeveer 31,5%, maar de top 10 samen zit nog altijd tegen de 40%.

Weging van de 7 grootste aandelen in de S&P 500
Klik op de grafiek voor een groter formaat

Concreet: wie vandaag €1.000 in een gewone S&P 500-tracker stopt, zet ongeveer €400 in 10 bedrijven en €600 in de overige 490. En die 10 bedrijven hebben grotendeels dezelfde klanten, hetzelfde verdienmodel en dezelfde blootstelling aan 1 investeringscyclus rond kunstmatige intelligentie. Dat is geen spreiding, dat is 1 weddenschap met 500 namen erop geplakt.

Wat er gebeurt bij 15% tot 30% daling (correctie)

Nu de rekensom. Als de multiplier rond de 5 ligt, dan hoeft de netto geldstroom maar met ongeveer 20% van de koersdaling te draaien om die daling te veroorzaken. Voor een daling van 20% is dus geen massale uittocht nodig, maar een netto onttrekking van ongeveer 4% van de totale marktwaarde. Voor 15% is dat circa 3%, voor 30% circa 6%.

Scenario's vanaf de slotstand van vrijdag 14 augustus 2026 (7.785)
DalingS&P 500Nodig aan netto uitstroom
15%6.617circa 3% van de marktwaarde
20%6.228circa 4% van de marktwaarde
30%5.450circa 6% van de marktwaarde
Eigen berekening op basis van een multiplier van 5 (Gabaix en Koijen). Een vuistregel, nadrukkelijk geen voorspelling.

Laat dat even bezinken. Er hoeft geen paniek uit te breken. Er hoeft geen bank om te vallen. Het is voldoende dat de automaat uitgaat en dat een bescheiden deel van het geld de andere kant op loopt. De markt heeft geen tegenpartij meer die zegt: op dit niveau koop ik graag. Die tegenpartij is de afgelopen 15 jaar wegbezuinigd, omdat actief beheer nu eenmaal duurder is en het meestal verliest van de index.

De versnellers die er sinds 2008 bij zijn gekomen

Bovenop de gewone indexstroom is er de laatste 2 jaar een laag bijgekomen die in een dalende markt als brandstof werkt in plaats van als rem.

  • Hefboom-ETF's. Het Amerikaanse vermogen in leveraged ETF's staat op een record van $198 miljard, een stijging van 55% in enkele maanden en tegenover ongeveer $30 miljard in 2009. Meer dan $50 miljard daarvan zit in halfgeleiderfondsen. Deze producten moeten aan het einde van elke handelsdag verkopen als de markt daalt, om hun hefboom in stand te houden. Ze zijn dus per constructie een verkoper in een dalende markt. JPMorgan berekende dat de impact van die dagelijkse herbalancering sinds begin 2024 met een factor 5 is toegenomen.
  • De uitslagen zijn navenant. Toen de halfgeleiderindex SOX in 1 sessie 7,9% zakte, verloor de 3x-hefboom SOXL ruim 23% op diezelfde dag. Volgens Bloomberg is de bullish hefboomexposure sinds 2022 ongeveer verviervoudigd, en steeg het deel dat aan AI-namen hangt van 26% naar 58%.
  • Toezichthouders grijpen al in. Zuid-Korea heeft in juli 2026 nieuwe noteringen van hefboom-ETF's op individuele aandelen opgeschort, de marketing ervan verboden en de minimuminleg verhoogd. Op piekdagen was de omzet in die producten opgelopen tot ongeveer 40% van de totale KOSPI-omzet, terwijl hun gezamenlijke vermogen onder de 1% van de marktwaarde van de onderliggende aandelen bleef.
  • De slotveiling. Omdat indexfondsen bij voorkeur op de slotkoers uitvoeren, is de liquiditeit steeds verder naar de laatste minuten van de dag geschoven. Actieve partijen volgen, omdat daar de spreads het krapst zijn. Een groeiend deel van de prijsvorming vindt dus in een steeds kortere tijdspanne plaats.
  • Obligatie-ETF's. Hier zit de klassieke liquiditeitsmismatch: het fonds handelt de hele dag, de onderliggende bedrijfsobligaties soms dagenlang niet. In maart 2020 handelden Amerikaanse ETF's op investment grade bedrijfsobligaties gemiddeld 3,36% onder hun intrinsieke waarde, met uitschieters boven de 7%.

De parallel met de kredietcrisis, en waar hij mank gaat

Je kunt je afvragen of dit op de kredietcrisis kan gaan lijken. Mijn antwoord: qua mechaniek verrassend veel, qua afloop waarschijnlijk niet. Ik zet beide kanten neer.

Wat hetzelfde is:

  • Een label dat veiligheid suggereert. Toen was het AAA. Nu is het het woord gespreid. In beide gevallen kocht de eindbelegger een keurmerk in plaats van een analyse.
  • Een correlatie-aanname die pas breekt als je hem nodig hebt. Toen: Amerikaanse huizenprijzen dalen niet overal tegelijk. Nu: 500 aandelen kunnen niet allemaal tegelijk vallen. Beide kloppen, tot de dag dat ze niet meer kloppen.
  • Liquiditeitsillusie. Toen waren het CDO-tranches die dagelijks verhandelbaar leken. Nu zijn het obligatie-ETF's op stukken die nauwelijks handelen, en aandelen-ETF's waarvan de liquiditeit in werkelijkheid de liquiditeit van 10 megacaps is.
  • Een automatische, prijsongevoelige koper. Toen was dat de securitisatiemachine die hypotheken opkocht ongeacht de kwaliteit. Nu is dat de 401k-inleg en het maandelijkse spaarplan die aandelen kopen ongeacht de waardering.
  • Concentratie bij enkele poortwachters. Toen 3 ratingbureaus. Nu 3 aanbieders met 59% van al het ETF-vermogen ter wereld.

Wat wezenlijk anders is: een aandelen-ETF heeft geen bankbalans. Geen hefboom in de structuur, geen looptijdmismatch, geen financiering die kan opdrogen. Er is geen AIG in dit verhaal, geen keten van tegenpartijen die elkaar omtrekken. En de structuur is inmiddels meermaals getest: maart 2020, augustus 2024, april 2025 en maart 2026. Het mechanisme hield stand, elke keer.

Mijn conclusie is daarom genuanceerd, want ik wil hier geen doemverhaal verkopen. Dit wordt geen bankencrisis. Dit wordt mogelijk wel weer iets anders, en op zijn eigen manier vervelender voor de gewone belegger: een prijsprobleem in plaats van een solvabiliteitsprobleem. De klap komt niet via het bankwezen, maar rechtstreeks in de huiskamer. 

In het 1e kwartaal van 2024 tikte de aandelenallocatie van Amerikaanse huishoudens 41,6% van hun financiële bezit aan, een record, tegenover 18,9% tijdens de kredietcrisis. Het IMF wees er in het stabiliteitsrapport van april 2026 expliciet op dat een groot deel van die blootstelling via 401k-rekeningen en passieve fondsen in dezelfde indices zit, en dat de balansen van huishoudens daardoor kwetsbaar zijn voor een scherpe correctie.

De stresstest die we in maart al hebben gehad

Het interessantste bewijs van dit jaar ligt in maart 2026. De S&P 500 zakte in die maand ongeveer 5%, en zo'n 8% gemeten van 27 februari tot 30 maart. Het Amerikaanse ETF-vermogen liep terug van $14.300 miljard naar $13.300 miljard, een daling van 7%. En toch:

Stresstest maart 2026: wie kocht en wie verkocht
Klik op de grafiek voor een groter formaat

De indexfondsen kochten gewoon door. De actieve fondsen waren de verkopers. Precies andersom dan het onderbuikgevoel zegt. Dit is meteen het sterkste tegenargument tegen mijn eigen stelling: zolang de automaat aanstaat, is passief geld een stabilisator en geen versneller. Het kocht de dip, en daarom herstelde de markt zo snel.

Maar het laat ook zien waar je precies naar moet kijken. De vraag is niet of de automaat het houdt bij een daling van 8%. De vraag is wat er gebeurt bij een 25% daling met een oplopende werkloosheid. Want de maandelijkse inleg is geen functie van overtuiging, het is een functie van inkomen. Minder banen betekent minder inleg. En dan verdwijnt de koper die de markt 15 jaar heeft gedragen precies op het moment dat je hem het hardst nodig hebt. Dat is het reflexieve deel, en dat is het echte risico.

Daar komt een tweede, langzamere kracht bij. Mike Green wijst erop dat de babyboomers hun passieve posities gaan verkopen om hun pensioen te financieren. Die uitstroom zit al ingebakken in de demografie. Ze vertraagt de instroom eerst, en draait hem daarna om.

Waar ik zelf ongelijk in kan hebben

  • De multiplier van 5 komt uit een model. De schattingen lopen uiteen en niet iedere econoom accepteert de methode.
  • Passieve beleggers zijn statistisch gezien de meest geduldige beleggers. Het is doorgaans het actieve en het hefboomgeld dat als eerste verkoopt.
  • De kortingen op obligatie-ETF's in stress waren mogelijk gewoon eerlijke prijsvorming en geen falend product: de ETF liet zien wat de onderliggende markt echt waard was, terwijl de intrinsieke waarde achterliep.
  • De concentratie is geen zeepbel van pure lucht. De top 10 is goed voor ongeveer 38% van de waarde maar ook voor zo'n 31% van de winst, en volgens Russell Investments nemen de 7 grootste namen bijna 70% van de economische winst van de S&P 500 voor hun rekening. Dat is een fundamenteel verschil met 2000.

Dat laatste punt is het sterkste tegenargument dat er is, en ik neem het serieus. Het maakt het verhaal niet ongevaarlijk, maar het maakt het wel anders dan de dotcombubbel.

Wat je er als belegger mee doet

  • Weet wat je bezit. Een S&P 500-tracker is geen 500 aandelen. Het zijn 10 aandelen met 490 namen ter decoratie.
  • Zet equal weight naast cap weighted. In een gelijkgewogen variant zakt het gewicht van de 7 grootste namen van ongeveer een derde naar ongeveer 1,4%. Dat is een heel ander product met exact dezelfde 500 aandelen.
  • Spreid buiten de Verenigde Staten en buiten large cap. Dit jaar liepen mid caps, small caps en internationale markten juist mee, dus die spreiding kost je op dit moment weinig rendement.
  • Cash is ook een positie. Geen luiheid, maar munitie.
  • Herbalanceren is verplicht, niet optioneel. Wie sinds 2023 niets heeft aangepast, zit nu met een veel agressievere portefeuille dan hij denkt te hebben.
  • Werk je met hefboom, werk dan met een plan. Turbo's en boosters zijn prima gereedschap binnen een uitgewerkte strategie en levensgevaarlijk als hoop. Bepaal je uitstapniveau voordat je instapt, niet erna.

Uit de coachhoek

De automatische maandelijkse inleg is niet alleen een product, het is ook een psychologische constructie. En het is een briljante, want hij haalt de emotie uit het beleggen. Precies daarom werkt hij zo goed. Maar hij haalt de emotie er alleen uit zolang het getal omhoog gaat.

15 jaar lang heeft de markt ons geleerd dat de dip kopen werkt. Dat is geen inzicht meer, dat is een reflex geworden. En een reflex is geen beslissing. Het gevaar van een reflex is dat je hem niet meer opmerkt, en dus ook niet meer kunt toetsen.

De omgekeerde kant is minstens zo belangrijk. Dezelfde automatisering die discipline moeiteloos maakte, maakt paniek straks ook moeiteloos. Op het moment dat een jaaroverzicht min 30% laat zien, is er 1 knop nodig om de inleg te stoppen. Geen telefoontje, geen adviseur, geen gesprek. 1 knop, op je telefoon, om half tien 's avonds. Dat is de reden waarom ik denk dat de volgende echte daling sneller kan verlopen dan dat de meeste beleggers gewend zijn.

De vraag die ik je nu zou stellen, met de S&P 500 op een record en de VIX op het laagste niveau van 2026, is niet hoeveel je kunt verdienen. Het is: op welk niveau doe ik wat, en heb ik dat ergens opgeschreven? 

Wie in 2008 het hardst geraakt werd, had meestal niet eens ongelijk over de richting. Die had ongelijk over de omvang van zijn positie. Positiegrootte en een vooraf bepaald uitstapniveau zijn saai, en ze zijn precies het verschil tussen een vervelend jaar en een verloren decennium.

Tot slot

De ETF is niet het probleem. Het is een van de beste uitvindingen ooit voor de particuliere belegger: goedkoop, transparant en efficiënt. Het probleem is dat we een instrument dat gebouwd is voor spreiding hebben omgebouwd tot het grootste geconcentreerde momentumfonds ter wereld, en dat we intussen vergeten zijn wie er aan de andere kant van onze verkooporder zou moeten staan.

Ik verwacht dus nog geen herhaling van 2008. Ik verwacht wel dat de volgende serieuze correctie sneller zal gaan, dieper gaat en minder tussenstations kent dan de meeste beleggers gewend zijn. Wie dat begrijpt voordat het gebeurt, heeft de helft van het werk al gedaan. Dat is precies waar ik met mijn ervaring de meeste waarde denk aan toe te voegen, niet in het voorspellen van de dag, maar in het klaarstaan voor de dag.

Wil je weten hoe wij hier in de praktijk mee omgaan?
In Guy Systeem Trading werken we met vaste posities, vooraf bepaalde niveaus en strak risicobeheer. Geen voorspellingen, wel een plan.
Volg ons voor €30 tot 1 november, bekijk onze Tradershop
Risicowaarschuwing

Turbo's en Boosters zijn complexe instrumenten en brengen vanwege het hefboomeffect een hoog risico mee van snel oplopende verliezen. 7 op de 10 retailbeleggers verliest geld met de handel in Turbo's. Het is belangrijk dat u goed begrijpt hoe Turbo's werken en dat u nagaat of u het hoge risico op verlies kunt permitteren.

Dit artikel is een analyse en geen beleggingsadvies. Rendementen uit het verleden bieden geen garantie voor de toekomst. De genoemde scenario's zijn rekenvoorbeelden en nadrukkelijk geen voorspelling.

Alle informatie in dit artikel is zo goed als mogelijk gecontroleerd, maar veel wordt tegenwoordig gegenereerd met AI, dus er kunnen eventueel nog foutjes tussen zitten.

Bronnen: ETFGI, Investment Company Institute (ICI), IMF Global Financial Stability Report april 2026, NBER (Gabaix en Koijen, The Inelastic Markets Hypothesis), Morningstar, State Street Global Advisors, FactSet, iShares, Bloomberg, JPMorgan, Russell Investments, ETF.com, Federal Reserve Financial Accounts, AMRO, CNBC, MarketWatch, Yahoo Finance, Investing.com, thestreet.com en usmarkets.nl.

USMarkets.nl · Guy Systeem Trading · www.usmarkets.nl
al
Turbo’s zijn complexe instrumenten en brengen vanwege het hefboomeffect een hoog risico mee van snel oplopende verliezen. 7 op de 10 retailbeleggers verliest geld met de handel in turbo’s. Het is belangrijk dat u goed begrijpt hoe turbo’s werken en dat u nagaat of u zich het hoge risico op verlies kunt permitteren.