We kijken donderdagmiddag, met de handel op Euronext Amsterdam en Xetra volop bezig, naar de oliemarkt in plaats van naar de aandelenkoersen. Na een rustige start herpakt de olieprijs zich: WTI-olie noteert op dit moment zo'n 1,5% hoger, richting de $91,80 per vat, tegenover de slotkoers van woensdag van $90,42. Aanleiding is, hoe kan het ook anders dit jaar, opnieuw nieuws uit het Midden-Oosten, maar deze keer ook uit China.
China draait de brandstofkraan dicht
Reuters meldt dat de Chinese staatsoliemaatschappij PetroChina een aantal ladingen benzine en kerosine die voor oktober gepland stonden, heeft geschrapt. Peking wil daarmee de eigen binnenlandse voorraden beschermen, aldus de bronnen waarop het persbureau zich baseert. Dat betekent minder Chinese brandstof op de wereldmarkt, en dat komt binnen op een moment dat het aanbod toch al krap is.
Aanbod blijft krap door de oorlogen in het Midden-Oosten en Oekraïne
CNBC schrijft dat de wereldwijde energiemarkt al maanden worstelt met de gevolgen van de oorlog tussen de VS en Iran en de Russische invasie van Oekraïne. Eerder deze week zagen we de olieprijs nog terugvallen toen Saudi-Arabië zijn East-West pijpleiding weer in gebruik nam. Zakenbank UOB meldt dat de ruwe-olie-stromen uit de Golf daardoor alweer dicht bij het niveau van voor de oorlog liggen, al blijft vooral de aanvoer van brandstof zoals benzine achter.
Van een echte doorbraak in de onderhandelingen tussen Washington en Teheran is nog geen sprake, meldt CNBC, en dat maakt een snelle, blijvende oplossing voor de aanvoerproblemen in de regio er niet waarschijnlijker op. We moeten dus afwachten of het Chinese nieuws donderdag een eenmalige schrik is, of het begin van een nieuwe, nerveuze fase op de oliemarkt. Rustig afwachten hoe de rest van de sessie zich ontwikkelt, blijft ons devies.
