Vanmiddag zien we de energiesector aan de verkeerde kant van het scherm, nu de olieprijs vandaag fors lager staat. Het is opnieuw de Golf die de toon zet, al is het dit keer de diplomatieke kant en niet het geweld.
Gesprekken via Qatar drukken de olie
Volgens Reuters voerden Iraanse en Qatarese functionarissen vanochtend voor de 3e dag op rij gesprekken, bedoeld om de oorlog te beëindigen. Energieaandelen in Europa gaven daarop mee met de lagere Brent, terwijl de luchtvaartsector juist steeg door de lagere brandstofkosten. Reuters noemt onder meer Lufthansa en Air France.
Volgens Proactive Investors gaven Shell en BP in de vroege handel in Londen terrein prijs, waarbij BP de zwakste van de twee was. Dezelfde bron meldt dat de Iraanse minister van Buitenlandse Zaken Araqchi zegt dat de gesprekken via Qatarese bemiddelaars doorlopen, maar dat er geen directe gesprekken met de VS zijn. Ook zouden berichten erop wijzen dat Trump de diplomatie meer tijd geeft voordat hij opnieuw militair ingrijpen overweegt.
Wat we hier niet zomaar mee kunnen
De olie had de afgelopen weken veel oorlogspremie in de prijs zitten, dus het is goed mogelijk dat een beetje diplomatie al genoeg is voor een stap terug. Maar zonder directe gesprekken tussen Washington en Teheran blijft dit een dun draadje, en het kan vandaag of morgen weer de andere kant op draaien. Van het weekend weten we nog wat de Golf kan doen, zie ons stuk van zondag over Hormuz.
Wie posities in olie of oliefondsen aanhoudt, doet er verstandig aan het nieuws uit Qatar de komende dagen goed te volgen. Aandelen als Shell blijven nerveus zolang de olieprijs zelf nerveus blijft.
We houden de energiesector vanmiddag in de gaten, voor Wall Street opent.
